Praktische tips om de handschriftmethode te verrijken
In het eerste deel (maart, 2026) stond het belang van handschriftonderwijs centraal. Kinderen die het schrijven met de hand goed beheersen schrijven niet alleen leesbaarder maar hebben ook baat en voordeel bij het schrijven van teksten, het leren, dieper denken, het geheugen en de rest van hun (taal)ontwikkeling. In dit tweede deel ligt de focus op de praktijk: hoe kun je als leerkracht de eigen handschriftmethode aanvullen of aanpassen, zodat deze beter aansluit bij de ontwikkelingsbehoeften van kinderen van groep 1 tot en met 8.
Niet elk kind ontwikkelt zich op dezelfde manier. Differentiatie vraagt om vakkennis en professioneel handelen van de leerkracht. De tips in dit artikel bieden praktische handvatten voor bewuste keuzes, aanvullingen en soms het loslaten van vaste patronen. Ook kunnen ze helpen bij de keuze voor een nieuwe handschriftmethode.
Kleuterschrijven en voorbereidend schrijven (groep 1–2)
In veel kleutergroepen of lees/schrijfhoeken liggen werkbladen met schrijfpatronen of letters om die na te schrijven. Deze vragen om een zorgvuldige inzet. Jonge kleuters ontwikkelen hun schrijfvaardigheid niet door zo snel mogelijk binnen lijntjes te werken, of verplicht letters na te tekenen. Ze moeten eerst de ruimte krijgen voor beweging, spel en zintuiglijke ervaringen. Daar ligt de namelijk de eerste basis.
Wanneer kleuters groot en ongelinieerd mogen bewegen (met verfkwasten, wasco, krijt, zand of scheerschuim) bouwen zij aan de basisvoorwaarden voor schrijven. Schriftontwikkeling gaat namelijk niet alleen over het hanteren van een pen. Ook ruimtelijke oriëntatie, oog-hand coördinatie, begripsvorming, taakgericht gedrag, visuele waarneming, plezier en motorische durf spelen een belangrijke rol. Zo ontstaat een rijke leeromgeving waarin kleuters met plezier en vertrouwen durven experimenteren.
Foto 1: Motoriekspelletjes De Schrijfladder 
Fijne motoriek verdient een vaste plek in speel- en leerhoeken. Materialen zoals kralen, pincetten, klei en schroefjes ondersteunen de ontwikkeling van de duim-wijsvingerfunctie vingervaardigheid en nauwkeurigheid. Ook binnen thematisch werken is het daarom belangrijk de omgeving te blijven verrijken met materialen die hierop voorbereiden. Ze zorgen niet direct voor beter schrijven, maar dragen wel bij aan de handvaardigheid.
Het grafisch werken op papier met bijvoorbeeld (kleur) potloden is toch bij uitstek de beste voorbereiding op het uiteindelijke schrijven. Het advies is dan ook om genoeg kleur- en tekenoefeningen aan te bieden en niet alleen groot te werken. Bied ook kleinere kleur- en tekenplaatjes aan. Kleinere papiertjes stimuleren spelenderwijs focus, nauwkeurigheid en het gebruiken van de hulphand. Die hulphand is later belangrijk bij het leren schrijven, bijvoorbeeld om het papier mee te schuiven.
De schrijfhand kan zo comfortabel blijven schrijven zonder veel te hoeven schuiven. Te vaak blijkt dat bij veel kinderen de niet-schrijvende hand zijn belangrijke functie heeft verloren. Door het papier iets schuin te leggen aan de rechter of linker lichaamszijde creëer je ook een betere pengreep. Speeltekeningen met lusjes, bergjes, zaagtandjes en ballonnen zijn daarbij mooie opstapjes naar de daadwerkelijke letters.
Foto 2: Kleuters aan het werk met speeltekenen.
Het is belangrijk dat je naar iedere kleuter individueel blijft kijken. De leeftijd loopt soms niet parallel aan wat een kleuter cognitief, sociaal-emotioneel of motorisch kan. Jongens zijn vaak in het begin fijn motorisch wat minder vaardig dan meisjes. In een rijke leeromgeving kunnen ontluikende schrijf- en leeskriebels spelenderwijs worden gestimuleerd. Het naschrijven van letters is daarbij vooral het natekenen van vormen: kleuters ontdekken zo dat je met tekens kunt communiceren, zonder dat expliciete letterinstructie al nodig is.
Durf in deze voorbereidende fase los te komen van de methode en kijk naar wat de kleuter nodig heeft.
Aanvankelijk schrijven (groep 3–4) Foto 3: blz. schrift van kind 
In groep 3 en 4 verschuift de aandacht naar het daadwerkelijk leren schrijven van letters en cijfers. Ging het bij kleuters om het experimenteren, in deze fase is gerichte instructie juist wèl essentieel. Zonder duidelijke begeleiding ontstaan vaak onhandige lettertrajecten, zoals een e van onderuit of letters die uit losse delen worden opgebouwd.
Een goede instructie ankert aan wat kinderen al kennen. Door expliciet het verschil te laten zien tussen leesletters en schrijfletters, ontstaat begrip voor vorm en functie. Ook het benoemen van letterverwantschap helpt: kinderen herkennen bewegingen/ letterdelen uit eerder aangeleerde letters en kunnen hierop voortbouwen. Bijvoorbeeld in de letter ‘g’ zit de letter ‘a’ en ‘j’. In de ‘h’ de 'l’ en ‘n’. Zo wordt het psychomotorisch geheugen actief aangesproken. Tegelijkertijd is het van belang om letters altijd betekenis te geven door ze te koppelen aan woorden. Letters die los worden aangeboden, blijven abstract en beklijven minder. Als je toe bent aan een nieuwe handschriftmethode zou je kunnen kijken naar de motorische opbouw van aangeleerde lettervormen. Voorkeur is van makkelijk naar moeilijk en daarbij rekening houden met familieletters. Je leert de 'ij’ pas aan als je de ‘u’ en ‘j’ hebt leren schrijven.
Foto 4: Eén grote muizenfamilie
Bij de oriëntatiefase speelt het zelf voordoen door de leerkracht een centrale rol. Groot voorgeschreven voorbeelden op het bord maken zichtbaar hoe een letter ontstaat. De spiegelneuronen bij kinderen worden dan actief, wat bij een digitaal voorbeeld niet het geval is. Het gebruik van het stoplichteffect: startpunt, rust- of keermoment en eindpunt, helpt kinderen het lettertraject te begrijpen. Daarbij is de kwaliteit van de verbalisering cruciaal: waar in de letter verandert het van richting? Analyseer de vorm ook op rechte delen en gebogen delen. Dit kan met kleurtjes. Geef pijltjes waar de vorm van richting verandert. De leerling gaat dan de vorm veel meer begrijpen. Speelse tekeningetjes of grapjes kunnen dit ondersteunen. Een lettervretertje als blijkt dat de letter ‘a’, ‘d’, of ‘g’ open is terwijl die gesloten moet zijn aan de bovenkant. Een strikje bij een lusletter om aan te geven dat de lus snijpunt tegen de romplijn moet aankomen. Je vinger over een breed letterspoor laten gaan en daarna met verschillende kleurtjes naschrijven. Er ontstaat een kleurige regenboogletter en tegelijkertijd zorgt dit voor tactiele ondersteuning met een goede psycho-motorische inslijping.
Foto 5: De lettervreter 

Foto 6: Lusletters met strikjes

Foto 7: Oefenblad grootte, snelheid en druk

Foto 8: De 3 zones: hoofdletters, rompletters en grondletters
Laat kinderen in de oefenfase letters speels oefenen in verschillende groottes, druk en snelheid: licht als een veertje, langzaam als een schildpad of stevig als een olifant. Gebruik daarbij gerust blanco papier of kladblokjes. Sla deze vrije oefeningen niet over; een goede oriëntatie op het letterspoor voorkomt later veel reteaching en zorgt sneller voor succeservaringen. Zo wordt schrijven niet alleen motorisch, maar ook cognitief beter begrepen.
Schrijfmateriaal, houding en organisatie
Schrijfmateriaal is niet neutraal: wat voor het ene kind prettig werkt, kan voor een ander juist spanning geven. Laat kinderen daarom verschillende materialen uitproberen, zoals een potlood, gelpen of vanaf groep 4 een vulpen, en kies samen wat prettig schrijft en goede resultaten geeft.
Want inclusief onderwijs vraagt om sensitiviteit: wat voor het ene kind ontspannend is, kan voor een ander juist spanning oproepen. Door open te staan voor variatie in materiaal, tempo en vorm creëer je gelijke kansen binnen ongelijkheid. Weet ook dat de menselijke hand verschilt per persoon in lengte en breedte, duimaanzet, vingers en flexibiliteit. Voorgevormde grippers zijn niet altijd passend en fijn.
Ook de schrijfhouding speelt een grote rol. Kinderen hebben vaak meer aan concrete hulpmiddelen, zoals pictogrammen, tape-lijnen of reminders op tafel, dan aan alleen een liedje of rijmpje. Door houding regelmatig centraal te stellen en aandachtspunten zichtbaar te maken, wordt dit stap voor stap geautomatiseerd.
Foto 9: Picto houding : De actieve hulphand
Linkshandige leerlingen vragen om specifieke aandacht. Papierligging en pengreep vragen vaak om aangepaste instructie. Met de juiste begeleiding kunnen ook linkshandige kinderen goed schrijven in een rechtshellend cursief schrift. Belangrijk is dat het papier zo ligt dat de regel goed zichtbaar blijft en een comfortabele schrijfhouding mogelijk is. Zo voorkom je een kromme pols (‘bokkenpootje’) en vlekken. Dat het schrift soms iets rechterop staat, is meestal geen probleem zolang het leesbaar en ontspannen geschreven blijft.

Foto 10: Bergje op en bergje af voor linkshandigen
Verder schrijven en differentiëren
Hieronder een aantal tips en adviezen
Losse letters en verbinden
- Wanneer kinderen bij losse letters spontaan gaan verbinden, moet dit niet worden verboden.
- Ook bij blokschrift is verbinden vaak een teken van een verder ontwikkelde schrijfmotoriek.
- Bij verbonden schrift mag je je pen af en toe ook optillen als dit beter voelt. Bij hoekpunten kan dit vaak heel goed. Leer ze dan wel om vanuit hetzelfde punt verder te gaan, zodat het verbonden blijft ogen en het woordbeeld bewaard blijft.
Hulplijnen en losmaking
- Gebruik hulplijnen (bijv. de 3 zones aangeven door het poppetje, boom-, huis- of bootprincipe.) Ook als de methode deze niet aanbiedt kan je hier gebruik van maken want dit geeft kinderen steun en informatie over de verhoudingen.

Foto 11: Hulplijnen met poppetje
- Vul losmakingsoefeningen/ vingergymnastiek aan met eenvoudige speelse opdrachten:
- ‘een aapje dat in het potlood klimt’;
- hand- en vingerrijmpjes;
- arceer- en lemniscaatoefeningen.
- Penpower oefeningen (grafische oefeningen en droedelen).
- Voorkeur is de driepuntsgreep. Maar de vierpuntsgreep of duim-dwarsgreep kunnen ook tot goed resultaat leiden, mits die dynamisch is, maar blijven minder comfortabel.
Foto 12: Penpower en arceeroefening
Differentiatie
- Differentiëren is ook bij schrijven noodzakelijk:
- variëren in hoeveelheid;
- vergroting van schrijfruimte/ liniëring;
- keuze in schrijfmateriaal, hulpstukjes;
- verlengde instructie aan de instructietafel. Reteaching letterspoor of verbinding.
- Keuze lettertype: verbonden, halfverbonden of blokschrift
Ook verbonden schrift hoeft niet altijd in één beweging geschreven te worden. Rusten op hoekpunten kan altijd maar doe dit nooit in een gebogen lijn. Waar je stopt, begin je ook weer zodat je geen rare plakletters krijgt. Dus in een letter plak je niet, maar tussen letters kan dat wel.
Foto 13 / 14: alfabet kaart verbonden en halfverbonden schrift (of een stukje hieruit)
Overweeg naast verbonden schrift ook halfverbonden schrift. Dit is een tussenvorm tussen blokschrift en verbonden schrift: losse letters met een klein eindhaaltje. Voor kinderen bij wie verbinden lastig is, kan dit een goed alternatief zijn. Het helpt bij de schrijfrichting en het behouden van een goed woordbeeld. Bovendien blijft later volledig verbinden nog mogelijk. In de praktijk schrijven veel mensen uiteindelijk een mix van blok- en verbonden schrift. Halfverbonden schrift voorkomt daarnaast vaak de richting-, grootte- en spatiëringsproblemen die bij blokschrift kunnen ontstaan, waardoor woorden beter leesbaar blijven.
Reflectie en evaluatie
Geef concrete aandachtspunten, waarbij je terugkoppelt naar het aandachtspunt dat in de instructie is besproken zoals bijvoorbeeld bij de letter ‘m’:
- Staan de neerhalen van de m in dezelfde richting?
- Is de ruimte tussen de bogen/pootjes gelijk?
- Liggen de snijpunten op dezelfde hoogte?
- Kloppen de rechte delen bij de 3 poten en de gebogen delen bij de bochten?
Gebruik pijltjes/symbolen bij de letters of verbindingen die het minst gelukt zijn. Als leerkracht kun je op het einde rondlopen met een grote 'tovergum’. Gum de minst gelukte uit zodat de leerling er een beter voorbeeld voor in de plaats kan maken. Een lelijke ding blijft anders altijd een ‘doorntje in het oog’ en is zo op een positieve manier opgelost.
Foto 15: Analyse letter ‘m’ d.m.v. pijltjes, nummertjes, rechte delen en gebogen delen. 
- Betrek ieder kind bij het eigen leerproces. Stimuleer na elke les met een gerichte reflectie in plaats van alleen beoordelen met zonnetjes en pijltjes. Stimuleer een analytische leerstijl. Dit kan met behulp van speelse voorbeelden zoals bij richting: waaien alle ballonnen dezelfde kant op? Van een goede bovenverbinding kun je een smiley maken, een letter ‘o’ hoort tussen woorden voor spatiëring en de lettervreter mag geen hapjes nemen uit letters die dicht horen zijn, etc.

Foto 16: Alle neerhalen staan in dezelfde richting. Gebruik hiervoor de ballonnentruc.

Foto 17: Bovenverbindingen horen smiley’s te zijn

Foto 18: Spatiëring tussen letters. Spatiëring tussen woorden is de letter ‘o’.
Deze grappige tekeningen zijn meer dan leuk. Het zijn effectieve reflectiemiddelen die ze op speelse wijze op het eigen werk kunnen toepassen. Zo zien ze waar het goed gaat en waar het wat beter kan. Vergeet daarbij niet het positieve te benadrukken. Dat stimuleert hun competentiegevoel
Voortgezet schrijven (groep 5–6)
De handschriftontwikkeling is nog lang niet geautomatiseerd na groep 4. Het blijft van belang om in groep 5/6 voldoende aandacht te besteden aan handschriftontwikkeling. Hieronder nog wat tips en adviezen.
- Het is belangrijk dat je als leerkracht genoeg geschreven voorbeelden blijft geven, want veel methoden geven vanaf groep 5/6 minder geschreven voorbeelden. Dan is er weinig meer om aan te spiegelen. Zorg dat er in elke groep een alfabetkaart hangt.
- Bespreek vooraf waar kinderen op moeten letten. Geef concrete aandachtspunten ten aanzien van cijfers, letter- en schriftcriteria en verbindingen.
- Introduceer temposchrijven in groep 6 op basis van duidelijke handschriftcriteria. Kwaliteit blijft belangrijker dan snelheid!
- Blijf ook bij andere vakken eisen stellen aan leesbaarheid en verzorging. Dit kan individueel of klassikaal. Stel dan een weekcriterium centraal.
- Individuele aandachtspunten d.m.v. picto’s voor schrijfhouding of schriftcriteria op de tafel. Maatjes kunnen elkaar van feedback voorzien.
- Kinderen worden medeverantwoordelijk. Ze kijken altijd eerst hun eigen werk na en voorzien zichzelf van feedback. Feedback is altijd schriftspecifiek en niet alleen algemeen zoals de ‘mooiste’ of ‘lelijkste’. Wees concreet en leer ze analyseren. Geef voorbeelden. Staan alle neerhalen en rechte delen in dezelfde richting? Kijk naar de spatiëring. Kan er tussen de woorden een letter ‘o’? Zijn alle lusletters even hoog als de hoofdletters? Per schrifttype kan dit verschillen, maar overeenkomsten hebben ze allemaal. Attendeer ze daarop.
- Gebruik bij rekenen ruitjespapier. Laat zien hoe ze zo’n ruitje moeten vullen. Vul je een heel hokje uit dan wordt het onoverzichtelijk. Vul je ze voor de drie kwart dan haken getallen niet in elkaar en blijft het overzichtelijk. Ook als je in klad schrijft. Rijtjes onder elkaar, paar hokjes ertussen, dan pas de volgende rij. Bepaal vooraf hoeveel ruimte er moet komen tussen cijfers en antwoord. Laat ze altijd naar de kantlijn kijken en die als oriëntatiepunt gebruiken. In een werkschrift moeten ze de grootte leren bepalen wat past bij de gegeven ruimte. Een dunner schrijfinstrument is dan ook wenselijk. Alles met als doel overzichtelijkheid en structuur.
- Laat ze niet alleen woordjes invullen maar ook regelmatig hele zinnen maken. Door de huidige invuldidactiek van werkschriften schrijven kinderen nauwelijks nog hele zinnen waardoor ze te weinig syntactische structuren oefenen. Schrijven met de hand verbetert ook de taalontwikkeling en tegelijkertijd maken ze schrijfkilometers. Hoe meer dit geautomatiseerd is, hoe meer ruimte er ontstaat in het werkgeheugen ten dienste van de inhoud.

Foto 19: Hoe zet je getallen in hokjes.
Handschriftontwikkeling (groep 7–8)
In de bovenbouw begeleid je kinderen bij het ontwikkelen van een functioneel en persoonlijk handschrift. Daarbij blijven instructie en reflectie noodzakelijk. Terwijl de snelheid geleidelijk wordt verhoogd moet de kwaliteit behouden blijven.
In de begeleiding kan er aandacht besteed worden aan:
- keuze lettervormen;
- wel, half of niet verbinden;
- schrijfrichting, grootte en materiaal;
- geen hoofdletters op plekken waar het niet hoort of het moet een signaalwoord zijn. Dit zorgt voor latere problemen bij o.a. Duits, Bètavakken maar ook als je geschreven tekst wilt omzetten in het digitale. Dit is één van de meest gemaakte fouten in de bovenbouw en hierop wordt nauwelijks gecorrigeerd door leerkrachten terwijl het een taalkundige fout is, Benoem dit ook zo;
- Onder leesbaarheid wordt verstaan dat het geschrevene in één oogopslag leesbaar is en het leestempo niet wordt geremd.
- Als er overgestapt wordt naar blokschrift moeten deze letters ook aangeleerd worden. Vaak bedenken kinderen zelf onhandige lettertrajecten. Dan komen ze later toch nog in de knoei.
- Besteed aandacht aan de relatie tussen handschrift en typen: wanneer gebruik je welk middel? Schrijven om te leren, typen om te produceren. Blind leren typen kan nu ook aangeboden worden naast het onderhouden van een functioneel leesbaar handschrift. Ook dit moet geautomatiseerd worden om de voordelen ervan te kunnen ervaren.
- Integreer handschriftonderwijs steeds meer met andere vakken en creatieve schrijfvormen. Blijf de schriftregels herhalen bij alles wat ze schrijven.
- Laat elkaars handschrift analyseren a.d.h.v. een checklist: leesbaarheid, regelmatigheid van richting, grootte, ruimte, spatiëring. In de praktijk blijkt dat door het verbeteren van 4 tot 6 letters de leesbaarheid enorm wordt verbeterd.
- Leer ze aantekeningen maken, een woordweb, een lapbook als presentatie, etc. Schrift is een functioneel leermiddel ten dienste van andere vakken. Je geeft ze iets waardevols mee voor in het vervolgonderwijs. Denk daarnaast aan lay-out en vormgeving en hoe deel je een blad in. Veel kinderen hebben geen enkel idee hoe ze een blad overzichtelijk kunnen indelen en beschrijven. Witruimte, het overslaan van een regel zijn eenvoudige tips.
- Experimenteer met verschillende schrijfmaterialen en zorg voor plezier. Handletteren is een prachtig voorbeeld hiervan.

Foto 20: Woordweb
Blijf als leerkracht zelf ook actief op het analoge en digitale schoolbord schrijven. Een goed voorbeeld doet goed volgen. Vaak zien we in de praktijk dat het analoge bord een veredeld prikbord is geworden. Haal dit leeg en gebruik het als didactisch leermiddel. Langzamer werken zorgt voor meer verdieping en denkprocessen worden beter zichtbaar. Je kunt als leerkracht rustiger modelen en leerlingen krijgen dan de tijd om mee te denken. Denkstappen verdwijnen niet in een volgende dia, maar blijven beschikbaar om te bespreken en aan te vullen. Ook kun je iets langer op het bord laten staan.
Foto 21: Lerarenhandschrift
Zes handschrifttips voor morgen in de klas
Subtitel: Kleine aanpassingen, groot effect binnen passend en inclusief onderwijs
1. Vergroot de keuzevrijheid
Bied meerdere kwalitatief goede schrijfmaterialen aan (potlood, vulpen, gelpen, rollerpen, fineliner, dik/dun) en laat kinderen ervaren wat voor hen het prettigst werkt. Keuzevrijheid vergroot eigenaarschap en voorkomt onnodige schrijfkramp.
2. Begin groot en zintuiglijk en daarna klein
Laat nieuwe letters eerst groot ervaren: op het bord, in scheerschuim of met de vinger over een brede spoorletter. Analyseer en bespreek het lettertraject. Benoem de rechte en gebogen delen en gebruik pijltjes. Dit ondersteunt leerlingen die moeite hebben met motorische planning of lichaamsbesef. Varieer in oefeningen.
3. Differentieer in tempo en hoeveelheid
Niet ieder kind hoeft evenveel te schrijven. Beperk eventueel de hoeveelheid, verander de liniëring, vergroot de schrijfruimte of biedt extra oefentijd aan. Zo blijft de focus liggen op kwaliteit en succeservaring. Zet ook de instructietafel in voor kinderen die wat extra instructie nodig hebben.
4. Maak houding en materiaal zichtbaar
Gebruik pictogrammen, tape-lijnen op tafels of een vast schrijfhoudingsfocuspunt van de week. Dit biedt structuur en houvast, met name voor leerlingen die extra visuele ondersteuning nodig hebben. Je kunt ook werken met maatjes die elkaar van feedback voorzien.
5. Stimuleer ontwikkeling, geen perfectie
Sta verbinden toe wanneer kinderen dit spontaan doen, ook bij losse letters of blokschrift. Dit is vaak een teken van groei. Begeleid gericht en positief vanuit de basis- en extra ondersteuningsbehoeften. Corrigeer wel snel als het lettertraject fout gemaakt wordt. Loop regelmatig rond als ze bezig zijn. Het ter plekke voordoen en bespreken heeft meer zin dan achteraf nakijken. Bij verbonden schrift mag je best af en toe stoppen op hoekpunten om krampachtigheid te voorkomen.
6. Jij als leerkracht blijft het voorbeeld. Vanaf groep 5 tot en met groep 8 zien kinderen vaak weinig geschreven voorbeelden meer in hun schrijfschrift en op het digibord. Blijf het bord gebruiken als voorbeeld, maar ook als didactisch leerinstrument.
Reflectievraag voor het team
Welke kleine aanpassing in ons handschriftonderwijs kunnen wij morgen al doorvoeren om beter aan te sluiten bij de verschillen tussen onze kinderen?
Wat betekent dit voor ons als team of beleid?
Gouden tip: voor elke school een handschriftcoördinator of een handschriftspecialist. Dat maakt het verschil.
Tot slot
Een goede handschriftmethode is belangrijk, maar nooit volledig. De kracht zit uiteindelijk in de didactische keuzes van de leerkracht: voordoen, begeleiden, differentiëren en blijven kijken naar wat een kind nodig heeft. Door bewust kleine aanpassingen te maken, blijft handschriftonderwijs betekenisvol, motiverend en effectief van kleuter tot bovenbouwer.
Geraadpleegde bronnen:
- Kooijman-Thomsen, E. (2022). Pak je pen en toetsenbord. Cantal uitgeverij.
- Overvelde, A., & Nijhuis-van der Sanden, R. (2019). Aan de slag met handschriftonderwijs. Over het belang van leren schrijven met de hand. Boom Uitgevers.
- Turlings, F., & Kuster, S. (2024). Effectief handschriftonderwijs op de basisschool (2e druk). Pica.
- Van der Meulen, M., & Hesemans, L. (2020). Tussen taal en teken. Handschriftonderwijs in de 21e eeuw. Noordhoff.
Afbeeldingen komen van de methode Handiger Handschrift en de Schrijfladder Auteurs: Marjon van Sambeek, Hans Stroes en Sabrine van Everdingen. Uitgeverij Alles in Beweging. Zie ook website: https://deschrijfladder.nl