U bent hier:

Inclusief onderwijs vormgeven met Universal Design for Learning

Achtergrond

Inclusief onderwijs betekent iedereen een gelijke kans geven om mee te doen. We ervaren dagelijks in de onderwijspraktijk dat niet iedereen hetzelfde nodig heeft om mee te kunnen doen. Van oudsher wordt er dan gezocht naar aanpassingen voor individuele leerlingen. Dit heeft positieve effecten, maar kan er toe leiden dat de leerkracht het niet meer overziet en de leerling zich nog altijd een uitzondering voelt. Universal Design for Learning (UDL) biedt een alternatief.

Van architectuur naar onderwijs

Universal design is een term uit de architectuur. Het wil zeggen dat gebouwen en voorzieningen zo worden ontworpen dat zoveel mogelijk mensen er probleemloos en zelfstandig gebruik van kunnen maken. Dus niet een trap naar de entree van het winkelcentrum maar een brede hellingbaan die niet alleen voor mensen in een rolstoel of met een kinderwagen maar voor iedereen toegankelijk is. Typerend voor universal design is dat in de ontwerpfase de behoeften van alle mogelijke gebruikers in kaart gebracht worden en geïntegreerd worden in het ontwerp. De Amerikaanse organisatie CAST combineerde dit uitgangspunt met wetenschappelijke kennis over goed onderwijs en zo ontstond  Universal Design for Learning, in het kort: UDL. Medewerkers van de Vlaamse Artevelde Hogeschool maakten een vertaling naar het Nederlands.

Afbeelding 1 

Universal design for learning: toegankelijk en uitdagend

UDL staat voor onderwijs waarbij alle leerlingen in de groep mee kúnnen en wíllen doen en uitgedaagd worden om zich verder te ontwikkelen. Al in de lesvoorbereiding wordt de variatie die daarvoor nodig is uitgewerkt. Daarbij staat het positieve effect op de groep centraal. UDL gaat over het wegnemen van belemmeringen om tot leren te komen. Dat lukt beter door de omgeving en omstandigheden aan te passen dan door problemen te labelen als tekortkoming van de leerling (CAST, z.d.). Uitgangspunt is dat alle leerlingen gebruik mogen maken van de aanpassingen. Dat vraagt niet alleen van leerkrachten maar ook van leerlingen inzicht in wat voor hen helpend is. De onderwijsprofessional heeft daarin een coachende taak en helpt leerlingen om uiteindelijk een “expert in het eigen leren” te worden (Artevelde Hogeschool, z.d.).

UDL is meer dan differentiatie. Bij differentiatie is er vooral aandacht voor de match tussen leerdoel en leerling. Een leerling krijgt bijvoorbeeld extra herhaling of verrijking aangeboden of hoeft niet alle opdrachten te maken. UDL gaat niet alleen over variatie in de inhoud van de les maar staat ook stil bij de motivatie van leerlingen en de manier waarop ze kunnen tonen wat ze geleerd hebben.

Afbeelding 2 

UDL: doelen, principes en richtlijnen

In afbeelding 1 is UDL samengevat in een tabel. Laten we inzoomen op de verschillende onderdelen van de tabel.

In de onderste regel staan de doelen van UDL. Deze zijn geformuleerd in termen van persoonlijke kenmerken en vaardigheden:

  1. Gemotiveerde, doelbewuste leerlingen
  2. Vindingrijke, goed geïnformeerde leerlingen
  3. Strategische, doelgerichte leerlingen

Om dit te bereiken, wordt gewerkt vanuit drie principes (de bovenste regel van de tabel):

  1. WAAROM? Verschillende mogelijkheden voor betrokkenheid en engagement creëren
  2. WAT? Informatie op verschillende manieren aanbieden
  3. HOE? Verschillende mogelijkheden tot actie en expressie voorzien

De middelste drie rijen zijn de richtlijnen van UDL, oftewel de acties die de onderwijsprofessional kan uitvoeren om de bovengenoemde doelen te bereiken.

Denken vanuit de leerling

In haar boek All-in – inclusief lesgeven met UDL herformuleert An Kennes (2021) de bovengenoemde principes van UDL. Ze vertrekt daarbij vanuit het standpunt van de leerling:

  1. Waarom moet ik naar jouw les komen?

Om het belang van de les duidelijk te maken en daarmee de motivatie van een leerling te bevorderen, zorg je ervoor dat de leerling niet alleen het doel van de les maar ook het nut ervan kent. Geef de leerling richting mee door aan te geven waar naar toegewerkt wordt en maak ook inzichtelijk wat er al geleerd is.

  1. Wat moet ik in jouw les komen leren?

Als het leerdoel helder is, kies je verschillende bijpassende instructievormen, werkvormen en aanpakken. Welke dat kunnen zijn, hangt af van het doel. Als bijvoorbeeld in een spellingles het doel is om woorden te leren schrijven, geeft dat minder verwerkingsmogelijkheden dan wanneer het doel is woorden te leren spellen. In het laatste geval kunnen de woorden ook getypt of gestempeld worden. Wees je bij de keuzes die je maakt bewust van je eigen voorkeuren, zodat je ook open staat voor mogelijkheden die wellicht minder bij jou passen maar wel bij je leerlingen.

  1. Hoe kan ik verwerven wat ik geleerd heb en op welke manier kan ik dat aan jou tonen?

De verschillende mogelijkheden die geboden worden tijdens de les, dienen er ook te zijn op het moment dat de leerling moet tonen dat hij het leerdoel beheerst. Voor de leerling moet duidelijk zijn wat er uiteindelijk van hem verwacht wordt. (Kennes, 2021)

'Lesgeven volgens de principes van UDL valt onder de basisondersteuning'

Door vragen te maken van de principes laat Kennes (2021) mooi zien dat de verschillende keuzes het best gemaakt kunnen worden in samenspraak met de leerling(en). De leerling kan aangeven waar hij belemmeringen ervaart en wat hij juist prettig vindt werken en de leerkracht of remedial teacher kan feedback geven aan de leerling op zowel proces als resultaat. Op die manier leert de leerling na te denken over zijn eigen leren.

Basisondersteuning

Lesgeven volgens de principes van UDL valt onder de basisondersteuning. Wanneer gewerkt wordt met UDL zullen meer leerlingen in de klas optimaal tot leren kunnen komen, zodat er minder zorg buiten de klas nodig is. De kennis en kunde van de remedial teacher kan dan ook in de basisondersteuning benut worden, bijvoorbeeld door de rt-er in te zetten als co-teacher die samen met de leerkracht lessen voorbereidt en verzorgt (Fluijt en Van Kooten, 2020).

Een nieuwe kijk op diversiteit

Hoewel de principes van UDL niet nieuw zijn vraagt het werken met UDL een andere manier van kijken van zowel de leerkracht als de remedial teacher. Het vraagt van de leerkracht om anders naar de klas te kijken: niet als een groep gemiddelde leerlingen met hier en daar een uitzondering, maar als een verzameling individuen die in allerlei opzichten van elkaar verschillen. Van de remedial teacher vraagt het om het individuele perspectief te verbreden en te bedenken hoe aanpassingen ook op groepsniveau aangeboden zouden kunnen worden zodat meer leerlingen er van profiteren. Wanneer beide perspectieven samenkomen, ontstaat er een basis van waaruit gebouwd kan worden aan inclusief onderwijs.

Bronnen: