U bent hier:

“Je hoeft niet harder je best te doen, je moet je leven anders organiseren”

Interview

Séverine Van De Voorde over 100 lifehacks voor een eenvoudiger leven met ADHD

Veel mensen met ADHD krijgen nog steeds hetzelfde advies: plan beter, organiseer je tijd, probeer meer discipline te hebben. Volgens psycholoog Séverine Van De Voorde slaat dat de plank vaak mis. Niet omdat mensen met ADHD het niet willen, maar omdat hun brein anders werkt.

Van De Voorde – doctor in de psychologie, voormalig docent aan de Universiteit Gent en Howest en jarenlang klinisch psycholoog en coach – schreef daarom 100+ Lifehacks voor een eenvoudiger leven met ADHD. In dit compacte boek bundelt ze meer dan honderd praktische tips voor (jong)volwassenen met ADHD én voor hun omgeving. Met humor, korte hoofdstukken en illustraties van Marloes de Vries wil ze vooral laten zien dat het leven met ADHD niet per se een voortdurende strijd hoeft te zijn. We spreken haar over het anders werkende brein, de zogenaamde “ADHD-taks” en waarom begrip in relaties vaak belangrijker is dan nog een nieuwe planning.

Je boek richt zich niet alleen op mensen met ADHD, maar ook op hun omgeving. Waarom was dat belangrijk voor je?

“Ruzie en misverstanden ontstaan vaak niet door onwil, maar doordat mensen met een verschillend ‘gebruikershandboek’ naar hetzelfde gedrag kijken,” zegt Van De Voorde. “Als iemand zonder ADHD naar bepaald gedrag kijkt – bijvoorbeeld afspraken vergeten of niet antwoorden op berichten – wordt dat al snel geïnterpreteerd als gebrek aan interesse of respect. Terwijl het in werkelijkheid vaak gaat over executieve functies: plannen, starten met taken, dingen onthouden of je aandacht kunnen vasthouden.”

Volgens haar kan inzicht in het brein al veel veranderen.

“Als je begrijpt hoe ADHD werkt, ga je gedrag minder persoonlijk nemen. Dan verschuift het van ‘jij tegen ik’ naar ‘wij samen tegen het probleem’. Dat maakt relaties vaak een stuk rustiger.” Daarom bevat het boek ook tips voor partners, vrienden, familie en collega’s. “Je helpt iemand met ADHD niet door harder te duwen, maar door frictie weg te halen.”

Veel mensen met ADHD krijgen nog steeds het advies om beter te plannen. Waarom werkt dat vaak niet?

Van De Voorde moet lachen wanneer ze die vraag hoort. “Het meest misleidende advies is: ‘maak gewoon een planning’. Alsof mensen met ADHD niet weten wat een agenda is.” Volgens haar zit het probleem meestal niet in kennis, maar in toegang tot die kennis op het juiste moment. “Mensen met ADHD hebben vaak niet te weinig structuur, maar te weinig hulpmiddelen om die structuur vast te houden. Een planning werkt alleen als je die ook ziet, hoort of voelt. Daarom werk ik veel met externaliseren: reminders, timers, checklists, visuele hulpmiddelen, vaste plekken voor spullen.” Dat is ook handig om in de begeleiding in te bouwen. Ze benadrukt ook dat ADHD eigenlijk verkeerd wordt begrepen.

“Het is geen aandachtstekort. Het is eerder een probleem met het reguleren van aandacht. Je aandacht kan alle kanten opschieten, of juist vastklikken in hyperfocus.”

In je boek introduceer je de DERBI-principes. Wat houden die in?

DERBI is een acroniem dat volgens Van De Voorde helpt om het dagelijks leven met ADHD overzichtelijker te maken.

De letters staan voor:

  • D – Dopamine verhogen
  • E – Externe harde schijven gebruiken
  • R – Routines installeren
  • B – Buddy’s inschakelen
  • I – Inrichting van je omgeving aanpassen

“Het ADHD-brein houdt van shortcuts,” legt ze uit. “Een acroniem helpt om snel te onthouden wat werkt.” Volgens haar begint alles bij motivatie. “Veel traditionele adviezen gaan ervan uit dat mensen gemotiveerd worden door belangrijkheid. Maar bij ADHD werkt motivatie vaak anders. Het brein reageert sterker op interesse, uitdaging, nieuwheid of urgentie.”

Wat betekent dat in de praktijk?

Ze geeft een herkenbaar voorbeeld. “Je gaat aan je administratie zitten, maar ziet onderweg een rommelige lade. Voor je het weet ben je drie uur bezig met het sorteren van kruidenpotjes.” Het probleem is volgens haar niet dat iemand lui is. “Het brein zoekt prikkels. Als een taak weinig dopamine oplevert, is het ontzettend moeilijk om eraan te beginnen.”

Daarom stelt ze voor om taken anders te organiseren. “Maak een taak interessanter: zet muziek op, maak er een wedstrijd tegen de klok van, werk samen met iemand anders of knip de taak op in kleine stukken. Het gaat er niet om dat je harder werkt, maar dat je slimmer ontwerpt.”

Je beschrijft ADHD als een brein dat meer op interesse reageert dan op prioriteit.

“Precies,” zegt Van De Voorde. “Bij veel mensen zonder ADHD staat ‘belangrijkheid’ bovenaan. Bij ADHD werkt dat anders. Daar staan dingen zoals interesse, uitdaging, variatie en urgentie hoger in de motivatiehiërarchie.”

Dat betekent volgens haar dat klassieke adviezen vaak niet aansluiten.“Als je tegen iemand met ADHD zegt dat iets belangrijk is voor later, werkt dat soms nauwelijks motiverend. Maar als iets nieuw, interessant of urgent is, kan iemand ineens enorme energie hebben.”

Dat verklaart ook hyperfocus. “Wanneer iets echt interessant is, kan iemand met ADHD zich juist extreem goed concentreren.”

Het boek is bewust kort en praktisch geschreven. Waarom?

“Veel mensen met ADHD haken af bij lange teksten,” zegt Van De Voorde. “Ik wilde een boek dat je kunt gebruiken als een gereedschapskist. Je hoeft het niet van begin tot eind te lezen. Je kunt bladeren, een tip kiezen en die meteen toepassen.”

Ook de illustraties en humor spelen daarbij een rol. “Het maakt het toegankelijker. En het helpt om moeilijke onderwerpen iets luchtiger te maken.”

Je schrijft dat sommige mensen hun ADHD jarenlang kunnen compenseren, tot er een kantelpunt komt. Wat bedoel je daarmee?

Veel mensen ontwikkelen strategieën om hun moeilijkheden te verbergen, zegt Van De Voorde. “Die strategieën werken vaak zolang er voldoende structuur van buitenaf is. Denk aan school, ouders, een partner of een vaste routine.” Wanneer die structuur wegvalt, kan het systeem instorten. Bij vrouwen gebeurt dat volgens haar regelmatig later in het leven.

“Meisjes en vrouwen met ADHD worden vaak minder snel herkend, omdat hun gedrag minder storend is. Ze compenseren meer. Daardoor krijgen sommigen pas op volwassen leeftijd een diagnose.” Volgens haar heeft dat veel te maken met de manier waarop ADHD zich bij meisjes vaak uit. Waar jongens vaker opvallen door druk of impulsief gedrag, zijn meisjes eerder dromerig, stil of afwezig in gedachten. Ze verstoren de klas minder en passen zich vaker aan aan de verwachtingen van hun omgeving.

“Veel meisjes leren al vroeg om hun onrust te verbergen,” zegt Van De Voorde. “Ze proberen harder hun best te doen, werken perfectionistisch of ontwikkelen allerlei strategieën om hun moeilijkheden te maskeren. Daardoor lijken ze aan de buitenkant goed te functioneren, terwijl het intern vaak heel veel energie kost.” Daarnaast spelen sociale verwachtingen een rol. Van meisjes wordt vaak verwacht dat ze rustig, zorgzaam en georganiseerd zijn. “Als een meisje moeite heeft met plannen, vergeetachtig is of snel afgeleid raakt, wordt dat niet altijd gezien als een mogelijk signaal van ADHD. Het wordt eerder geïnterpreteerd als onzekerheid, stress of een gebrek aan concentratie.”

Veel meisjes ontwikkelen daarom sterke copingmechanismen, bijvoorbeeld door extreem hard te studeren, alles dubbel te controleren of voortdurend op hun hoede te zijn om fouten te voorkomen. Dat kan jarenlang werken, maar het vraagt veel energie. “Pas wanneer de structuur van buitenaf wegvalt – bijvoorbeeld bij een studie, een eerste baan of wanneer iemand zelfstandig gaat wonen – kan dat systeem beginnen te wankelen,” zegt Van De Voorde. “Dan merken vrouwen soms ineens dat het veel moeilijker wordt om overzicht te houden, deadlines te halen of alle ballen in de lucht te houden.”

Het gevolg is dat ADHD bij vrouwen geregeld pas op latere leeftijd wordt herkend. Niet zelden nadat ze eerst diagnoses hebben gekregen zoals angststoornissen, depressie of burn-out. “Veel vrouwen kijken achteraf terug en denken: nu valt alles op zijn plaats,” zegt Van De Voorde. “De vergeetachtigheid, het uitstelgedrag, de chaos in hun hoofd – het waren geen karakterfouten, maar signalen van een brein dat anders werkt.”

Volgens haar kan die erkenning veel opluchting geven. “Niet omdat alles ineens opgelost is, maar omdat je jezelf eindelijk beter begrijpt. En van daaruit kun je gaan zoeken naar manieren om je leven zo in te richten dat het beter past bij hoe jouw brein werkt.”

Je gebruikt vaak de formulering: ‘niet onwil, maar onvermogen’. Waarom is dat zo belangrijk?

“Veel mensen met ADHD hebben jarenlang gehoord dat ze lui zijn, slordig of ongemotiveerd,” zegt Van De Voorde. “Als je dat vaak genoeg hoort, ga je het zelf geloven.” Volgens haar kan dat een vicieuze cirkel creëren. “Schaamte zorgt ervoor dat mensen nóg harder proberen. Dat leidt tot stress, en stress maakt ADHD-symptomen erger.”Daarom pleit ze voor een andere aanpak. “Niet nóg harder je best doen, maar je omgeving zo inrichten dat je brein minder weerstand ervaart.”

In het boek noem je ook de ‘ADHD-taks’. Wat bedoel je daarmee?

De ADHD-taks verwijst naar de extra kosten en tijd die veel mensen met ADHD ervaren.“Denk aan boetes omdat je een rekening vergat te betalen, eten dat je vergeet in de koelkast, spullen die je kwijtraakt of een slotenmaker omdat je je sleutels bent vergeten.” De oplossing is volgens haar niet alleen discipline. “Investeer in systemen. Extra laders, vaste plekken voor spullen, automatische betalingen, trackers voor sleutels. Dat lijkt misschien overdreven, maar het bespaart uiteindelijk veel energie.”

Veel tips gaan over samenwerking met anderen. Waarom werkt dat zo goed?

“Gedeelde verantwoordelijkheid geeft motivatie,” zegt Van De Voorde. Ze noemt bijvoorbeeld body doubling, waarbij mensen samen werken aan hun taken. “Als iemand naast je zit – fysiek of online – wordt het vaak makkelijker om te beginnen en vol te houden.” Een professional kan ook helpen bij planning of herinneringen. “Niet als controleur, maar als steun. Het gaat om samenwerking, niet om toezicht.” “Ook weten veel mensen met ADHD dat routines helpen,” zegt ze. “Maar ze raken snel verveeld of voelen zich opgesloten in rigide schema’s.” Daarom stelt ze voor om routines flexibel te maken. “Je kunt een ideale versie hebben, een middelversie en een minimumversie. Het minimum telt ook.” Ze geeft een simpel voorbeeld. “Als je geen tijd hebt voor een uitgebreide avondroutine, is tandenpoetsen voldoende. Alles wat daarna komt is bonus.”

Wat hoop je dat lezers na het lezen van dit boek anders gaan denken?

Van De Voorde denkt even na. “Ik hoop dat ze stoppen met de vraag: ‘Wat is er mis met mij?’” In plaats daarvan wil ze dat mensen een andere vraag stellen. “‘Wat heb ik nodig zodat dit wél werkt?’” Volgens haar kan dat perspectief veel veranderen. “Als je je omgeving, routines en werk aanpast aan hoe je brein werkt, komt er energie vrij. Dan zie je vaak ook de sterke kanten van ADHD: creativiteit, enthousiasme, snel schakelen en originele oplossingen.”

Tot slot: als je één lifehack zou moeten kiezen, welke zou dat zijn?

Ze hoeft niet lang na te denken. “Maak dingen zichtbaar,” zegt ze. “Wat je niet ziet, bestaat niet voor het ADHD-brein. Leg spullen die je wilt gebruiken in het zicht, en haal verleidingen juist weg.” Ze glimlacht. “En misschien nog belangrijker: wees mild voor jezelf. Mildheid is geen zwakte. Het is een strategie. Een brein dat zich veilig voelt, kan bewegen.”